Maandag 13 januari 2014

Maandag begon zoals iedere maandag begon. Alleen ging Yvonne even met Thomas naar de dokter, omdat zij vond dat hij nogal veel dronk. We hadden een heerlijk weekend gehad, ik was die dag daarvoor nog een lekker stuk wezen fietsen, in deze toch al zou zachte winter, en Thomas had lekker veel buiten gespeeld. Op kantoor de nodige dingen gedaan, toen ik een Whatsapp kreeg, dat het fout was. Thomas zijn bloed was geprikt, en de suikerspiegel was 26. De dokter zij bij zijn bevinding ‘hier wordt ik niet vrolijk van’. Ik belde met Yvonne, en we moesten eigenlijk meteen naar het ziekenhuis.

Zo gezegd zo gedaan. We konden ons melden bij de spoedeisende hulp, omdat daar een kinderdokter was. Thomas was bij de dokter van de schrik gevallen, en was echt bang van wat er komen ging. Heel logisch.

In het ziekenhuis werden we snel geholpen en gingen naar een aparte kinderkamer. Thomas ging daar liggen, en de zusters deden alles om hem en ons gerust te stellen. Maar toch wel met een blik in de ogen dat er iets flink mis was. Dat wisten wij ook natuurlijk, alleen Thomas was zich daar nog niet van bewust. Of misschien toch wel, maar echt beseffen deed of kon hij  het niet.

De dokter gaf een uitleg over wat cellen zijn, wat suikers zijn, en hoe de suikers in de cellen moeten komen en dat dat op dit moment niet meer gebeurde. Hoe goed ze het ook probeerde, Thomas kon het maar moeilijk beseffen. Logisch.

Om een goed bloedonderzoek te kunnen doen naar tal van dingen, (5 buisjes) en om zijn lichaam van vocht te voorzien moest een infuus worden aangelegd. Dit was erg pijnlijk voor Thomas. Het ging tot 2 keer toe fout, (ader sprong weg en was moeilijk zichtbaar) en na een paar minuten gewroet in zijn arm, zat het infuus er in. Thomas had echt wel pijn tijdens dit geheel maar verder dan steunen en hijgen ging hij niet. We konden hem goed afleiden. Hij kon zelfs de tafel van 7 in zijn geheel opzeggen.

Intussen was zijn bloedwaarde al gedaald naar 14.

Als snel werd duidelijk dat Thomas een aantal dagen moest blijven om te kijken hoe hij zou reageren op Insuline, en ons werd verteld dat het echt Diabetes 1 was, en dus levenslang. Bij mij daalde dat nog niet in. Ik besefte nog niet wat dit nu echt betekende. Je zit zo in een roes, dat je eigenlijk alleen maar met het welbehagen van je kind bezig bent, en dus de rest maar op je af laat komen.

Na een uurtje op die kamer, ging Thomas naar de kinderafdeling van het ziekenhuis. Hij kwam op een kamer met nog iemand anders. Totaal 3 bedden, waarvan er inclusief Thomas dus 2 in gebruik waren. Met het onhandige infuus in zijn arm ( links, bij zijn elleboog) kon hij maar moeilijk dingen doen. Hij kon wat spelen op zijn iphone en meer niet eigenlijk. Het was wachten op de arts / diabetesverpleegkundige.

Toen deze er was, en hij wederom uitleg had gehad over wat hij nu precies had, was er even paniek bij Thomas. Moet ik de rest van mijn leven iedere dag spuiten? Sja, dan breekt je hart wel hoor! Maar hij was banger van die grote spuiten ( het zetten van het infuus) Toen we hem duidelijk maakte dat het kleine prikjes waren, was er al heel snel accepatie bij Thomas. Verbazingwekkend eigenlijk.

Na toediening van de insuline, de kortdurende en de lange insuline, merkte je meteen een verandering bij Thomas. Hij was opgewekt, vrolijk, en het ziekenhuis was best een avontuur voor hem. De eerste dag hebben we hem al meteen zelf laten bloedprikken voor zijn waardes, en ook een insulinespuit laten plaatsen. En eigenlijk zonder ook maar te merken dat hij dit eng vond, deed hij het gewoon. Echt verbazingwekkend.

De maandag ging in een roes voorbij. Ik sjeesde heen en weer tussen ziekenhuis en thuis om dingen te regelen, pyama’s en tandenborstels, ga zo maar door. een compleet koffertje, met ipad, laders, iphone, speelgoed, kleding, en noem het maar op. Yvonne bleef slapen bij Thomas in dezelfde kamer in een stretcherbed naast hem.

Dinsdag hebben we hem veel zelf laten doen. Zijn plasje moest opgevangen worden, om te meten. Hij was erg amikaal met alle verpleging en kon al snel vertellen wat hij precies mankeerde. De dietiste kwam die dag langs om ons veel over Koolhydraten uit te leggen, suikerspiegels, insulinewerking, eten, drinken en ga zo maar door. Ik had voor Yvonne een notitieblok meegenomen om aantekeningen te maken, en daar werd gretig gebruik van gemaakt 😉 Thomas was helemaal verliefd op zijn electrische bed en ging op en neer. En om 5 voor 12, nadat hij zich prima had stil gehouden, tijdens dit grote-mensen gesprek, over hem, zei hij tegen de dietiste: ‘U moet echt voer 5 minuten weg, want dan moet ik prikken en eten!’ Zijn, naar eigen zeggen ‘nieuwe leven’ was al helemaal begonnen.

Met in het ziekenhuis ook ’s nachts prikken was het zo dinsdag, en eigenlijk ook zo woensdag. Die ochtend hadden we nog een gesprek met de diabetesverpleegkundige, en dat gesprek duurde best even. Gedurende dat gesprek zat Thomas veel mijn aandacht te vragen door stiekem knipoogjes te geven. Gewoon stil, lief, en knipoogjes geven. Wat een mooi mannetje toch. Je kon merken, althans, ik wel, dat hij alles in zich aan het opnemen was.

Voor pappa en mamma was het best eng, om de diabetes met Thomas mee naar huis te nemen. Ik had 2 avondjes alleen geslapen, en veel, te veel lopen piekeren. Angstaanvallen over wat de toekomst zou gaan brengen en vermoeidheid zijn dan een catalysator voor elkaar. Yvonne zei dat ze daar niet veel last van had gehad in het ziekenhuis, en daar was Yvonne voor zover ik dat heb kunnen zien ook echt een houvast voor Thomas. Haar begrijpelijke onzekerheden kwamen pas toen duidelijk werd dat we de diabetes mee naar huis gingen nemen en er hier een begin mee moesten maken. Maar of dat nu een woensdag, of donderdag zou worden, dat was mij om het even. Ik was er klaar voor. Kom maar op! We gaan er wat van maken.  We moeten wel. We hebben geen keus.