De eerste maand.

Om half 8 opstaan. Prikje in de vinger voor de glucosewaarde. Vlak voor het ontbijt een insulinespuit in het been. Om 10 uur meten. Prikje in de vinger voor de glucosewaarde. Om 12 uur meten. Prikje in de vinger voor de glucosewaarde. Vlak voor het middageten een insulinespuit in het been. Om 1500 uur, soms iets later een prikje in de vinger voor de glucosewaarde. Om 1700 uur een prikje in de vinger voor de glucosewaarde, gevolgd door een insulinespuit in het been. Om 1930 uur de langwerkende insuline in je bil. Om acht uur ’s avonds een prikje in de vinger voor de glucosewaarde. En als afsluiter, terwijl je slaapt komt pappa om 2300 uur ook nog een keer je glucose prikken. Als je gaat sporten komt er bij dit schema een aantal glucoseprikken bij. Zo ook als je om 1830 uur bibberbenen hebt. Of, sja ook dat gebeurt, je bent verkouden, dan prik je er zo 3 of 4 keer per dag extra.

Prikken is ook een heel ritueel. Handen wassen, met zeep, en goed droogmaken. Iedere keer weer. De insulinepuit ook. Naaldje plaatsen, 2 eenheden proefspuiten en dan de eenheden instellen en echt in het been spuiten. Prikken opbergen voor straks, naaldjes weggooien in de speciaal hiervoor bestemde container en dan meteen eten.

En dat allemaal van de ene op de andere dag. Van 13 op 14 januari om precies te zijn. Ineens weet je alles over je alvleesklier, insuline en hypo’s en hypers, moet je een hele berg bagage meenemen naar school voor het geval dat. De eerste dag van je vakantie bloed laten prikken, en als een volwassen vent gewoon geen kik geven tijdens de prik.

Gelukkig merk je niet dat je pappa en mamma soms boos en verdrietig zijn, en zorg je er voor dat ze dat ook helemaal niet hoeven te zijn, zelfs zonder dat jij het weet.

Maar….. Iedere dag word je wakker met een lach, ben je het zonnetje in huis en klaag je nergens over. Je vind het niet het einde van de wereld, want dat gebeurt pas als de zon stopt met schijnen. Je wordt gelukkig niet meer wakker van de prikjes om 2300 uur. Je eet je bord, waarvan alles exact wordt gewogen, iedere dag helemaal leeg, de sleuteltjes hebben immers de cellen opengezet (de insuline) dus de suikers kunnen afgeleverd worden in je cellen. Geen patat meer, geen chips en geen zoete suikers, maar kip, aardappelen, vlees, kaas en ander lekkers. Zo maar… Ineens….

De buitenwereld ziet er niets van, en begrijpt het ook niet echt. Veel diabetes artsen zeggen dat type 1 een van de meest onderschatte ziektes is, omdat type 2 de meeste aandacht krijgt. Thomas is nogsteeds dezelfde Thomas, maar voor pappa en mamma is Thomas ineens een hele grote vent geworden. En soms maak je een foutje bij het prikken, gelukkig ben je soms ook nog gewoon een jochie van nog maar 8 jaar oud.

Onze geweldige vent Thomas en de eerste maand leven met diabetes type 1 mellitus.